In de praktijk blijkt het fenotype intermediair metabolisme (IM) regelmatig vragen op te roepen. Zowel patiënten als zorgverleners hebben regelmatig de neiging om dit fenotype als een te grote blokkade te zien voor het starten van geneesmiddelen die door het betreffende enzym worden afgebroken. Deze verwarring ontstaat wellicht mede door het verschil in omschrijving van het IM-fenotype door de verschillende laboratoria. De gendosis bepaalt het IM-fenotype. De gehanteerde afkapwaarden verschillen internationaal en het IM-fenotype wordt in onderzoeken niet altijd op dezelfde manier geclassificeerd of vergeleken met de andere fenotypen. Voor de meeste psychofarmaca wordt bij deze groep een dosisverlaging van ongeveer 25% geadviseerd. Dit zal soms te weinig zijn en soms te veel. Spiegelbepalingen kunnen daarom van meerwaarde zijn. Een contra-indicatie voor gebruik van psychofarmaca is het IM-fenotype echter nooit.
| Auteurs | Risselada, A.J. |
|---|---|
| Thema | Farmacotherapie |
| Publicatie | 1 oktober 2026 |
| Editie | Psyfar vs - Jaargang 11 - editie 3 - 2026 | nummer 3 |